Getuigenis

Marianna Cucchiara praat over haar leven

Ik heb in mijn leven nog nooit veel geluk gehad. Toen ik de vader van mijn kinderen aan de deur zetten, heb ik gezworen dat niemand me ooit nog kwaad zou doen.

Toen mijn zoon werd geboren, was ik zo gelukkig dat ik wou dat alles zo perfect en volmaakt zou zijn. Enkele jaren later besefte ik dat ik in een nachtmerrie leefde.

Mijn zoon heeft nooit gezien dat zijn vader me kwaad deed, want hij was slechts één jaar en vijf maanden oud toen ik hem de deur wees.

Als kinderen klein zijn, kan je ze al eens straffen. Men heeft nog enige controle over hen. Eens ze ouder zijn, wordt dat een stuk moeilijker.

Ik heb eens geprobeerd om te praten met mijn huisarts, die toch een vertrouwensman is, over de problemen die ik had met mijn zoontje. Hij geloofde me niet... en zei: "kijk eens hoe een schattig baasje hij is". Met als gevolg dat ik hem nooit meer sprak over de problemen die ik had met dat "schattig" kind.

Van kleins af aan respecteerde hij de regels van het huis niet. Als ik vroeg zijn speelgoed op te ruimen, weigerde hij dat pertinent en antwoordde hij dat ik dat maar zelf moest doen. Het ging zelfs zover dat hij het speelgoed naar mijn hoofd slingerde als iets hem niet zinde. Als ik hem strafte door hem naar zijn kamer te sturen, maakte hijer binnen de kortste keren een zootje van.

Toen hij vier, vijf jaar oud was, was het al een ramp om met hem te gaan winkelen. Alles wat hij zag in de rekken wilde hij hebben. En als hij iets niet kreeg was het al vlug een catastrofe. Hij schreewde om niet te zeggen keelde heel de winkel bij elkaar. Ik hield echter voet bij stuk. Gaf niet toe aan zijn willetje en kocht niets. Dan ging hij op de grond liggen om zijn wil toch maar te kunnen doordrijven. Ik liet hem maar liggen en winkelde gewoon verder.
Maar je moet toch eens dat grootwarenhuis verlaten en dan gaf ik al eens een tik op zijn broek. Het gebeurde ooit dat ik op zo'n moment aangesproken werd door een man die zei dat ik me moest schamen. Ik antwoordde daarop dat hij niet wist wat er aan de hand was en dat hij zich best zou bemoeien met zijn eigen zaken.

Toen hij acht, negen jaar was, gebeurde het een keer dat hij het behangpapier lostrok in het toilet en het "in de fik stak".
Samen met een vriend heeft hij zich op een keer geweldig geamuseerd de politie te bellen en te zeggen dat hij een bom geplaatst had in een school. Toen de politie, die via het nummer snel achter het adres kwam, de oprit opreed, viel ik uit de lucht. Het was allemaal gebeurd terwijl ik in de tuin werkte.

Ik vroeg hem op een keer een brood te gaan halen bij de bakker, op nog geen 200m loopafstand. Nog geen kwartier later werd ik opgebeld door de eigenaar van de zaak. Hij wou me ervan op de hoogte brengen dat mijn zoon een stuk speelgoed gestolen had. Toen ik dat in zijn speelgoedkoffer vond en hem om uitleg vroeg, stond hij met de mond vol tanden. Je zou hem de communie geven zonder biechten...

Om nieuw speelgoed te kunnen kopen en aan zijn vrienden te laten zien dat hij alles kon krijgen wat hij wou, begon hij mij te bestelen. Mijn geld, mijn sierraden, zelfs mijn gouden, verdwenen. Als hij iets in zijn hoofd had dat hij wou, stal hij het nodige geld.

Het was op den duur geen leven meer. Zijn vader heeft nooit meer naar hem omgezien. Ook niet naar mijn andere, gehandicapte zoon. Hij was alcoholist...
Ik stapte met mijn probleemkind ooit eens naar een psychologe. Maar ook hier had ik weer geen geluk. Ik kwam bij een stagiaire terecht. Zij had geen enkele kwalificatie en vooral geen ervaring. Ik nam haar niet in vertrouwen want ik geloofde niet in dit meisje.
Ik heb het comité voor bijzondere jeugdzorg bezocht. Mijn ervaring is dat het geen instelling is om kinderen te helpen maar om er criminelen van te maken.

Mensen die het zelf nooit meegemaakt hebben, zullen zeggen dat dit alles niet kan. Ik verzeker hen dat ik de waarheid spreek, niets anders dan de waarheid. Dit geld ook voor de 120 families die in dezelfde crisissituatie zitten als ikzelf en dezelfde ervaringen hebben met het comité voor bijzondere jeugdzorg. De sociaal assistenten van deze instelling kiezen altijd de kant van het kind, wat ze ook uitgespookt hebben. Men luistert nooit naar het verhaal van de ouders. Na verloop van tijd ga je denken dat je zelf de crimineel bent. Mijn zoon kwam er steeds weer als overwinnaar uit. Hij voelde dat hij steeds zijn gelijk haalde. Nooit werd hem de vraag gesteld waarom hij het zijn moeder en zijn gehandicapte broer zo moeilijk maakte.

Ik werd ooit geopereerd aan mijn arm in het ziekenhuis van Hasselt. Mijn zoon was toen ondergebracht in een instelling te Stevoort. Niet lang na mijn operatie - ik was net wakker - kwam een sociaal assistente me opzoeken om me op een eerder gemene manier te vertellen dat mijn zoon naar huis moest voor het weekend. Ik zei haar dat ze toch zelf zag wat er aan de hand was en dat ik niet thuis kon zijn in het weekend. Met een gelijkaardige gemeenheid vroeg ik of ze misschien te mooi was om haar werk te doen. En of ze eigenlijk wel als "sociaal" assistente gediplomeerd was en in haar opleiding nooit geleerd had wat "menselijkheid" was en inhield.

Vanaf die dag heb ik nooit nog met een sociaal assistent(e) samengewerkt. Ik werd bestolen voor een bedrag van 40 000 Bef. Ze hebben mijn zoon nooit gevraagd waarom hij dat deed. Laat staan waar hij met dat geld gebleven was. Op een dag kreeg ik telefoon van die sociaal assistente en ze vroeg waaromik speelgoed ter waarde van 3000 Bef gekocht had. Mijn zoon had dit gekocht met het geld dat hij van mij gestolen had. Ze hebben niets gedaan. Ze hebben enkel mij beschuldigd. Toen heb ik mijn zoon terug in huis genomen. Het speelgoed en een fiets van hem heb ik nooit meer teruggezien. Dit alles ter waarde van 5000 Bef.

Nooit werk ik nog samen met sociaal assisten of kinderrechters. Zij zijn er de oorzaak van dat zowel mijn leven als dat van mijn zoon verwoest zijn. Ik bekijk hen als diegenen die tijdens de tweede wereldoorlog ook verantwoordelijk waren voor het verwoesten en uiteenhalen van gezinnen en families. Ik weet dat dit voor sommige mensen hard in de oren klinkt, maar het is wel mijn ervaring.

Als een moeder tijdens een gesprek met een sociaal assistent(e) weende, noteerde men in het dossier: 'depressief; niet in staat om haar kind op te voeden'. Als een moeder niets zei tijdens een gesprek, noteerde de assistent: 'labiele vrouw die niet in staat is haar kind op te voeden'. Als ze een vrouw voor zich hadden zoals mezelf, die zich niet laat inpakken en assertief is, werd er genoteerd: 'autoritair persoon met wie niet te praten valt' of 'het kind kan het helemaal niet vinden met de moeder'.
Samengevat: hoe men het ook draait of keert, de fout ligt altijd bij de moeder die niet in staat is kinderen op te voeden. Er wordt nooit over de verantwoordelijkheid van de vader gesproken. Als de ouders gescheiden zijn, zal de vader in sommige gevallen het gedrag van het kind gebruiken om de moeder te chanteren.

Niettegenstaande alles wat ze me toeschreeuwen: mijn zoon heeft me bestolen voor 40 000 Bef en er werd NOOIT gevraagd WAAROM hij dat deed. Alsof er nooit iets gebeurd is... Waarom dan nog samenwerken met mensen die NIETS gedaan hebben?

Ik heb sindsdien nog met sociaal assistenten gesproken, maar het was totaal zinloos. Net alsof je tegen een muur sprak. Ik heb ooit gezegd dat zij eens goed naar mij moesten luisteren, want dat ik het na al die jaren moe was dat ze weigerden te luisteren naar mijn verhaal. Uiteindelijk was ik de moeder die de bevelen gaf en niet omgekeerd. Voor mij was de deur dicht. En telefoontjes zou ik gewoonweg niet meer opnemen.

Mijn zoon was amper dertien toen hij met koppels van 25 à 30 jaar oud op stap wilde gaan. Dit verbood ik hem natuurlijk en daardoor begon hij me te slagen en gooide hij mijn meest geliefkoosde stukken porselein aan diggelen. Zelfs de terasstoelen moesten eraan geloven. Het was geen leven meer. Die dag heb ik klacht neergelegd bij de politie en de commisaris wou zelfs geen PV opstellen. Hij zei dit toen mijn zoon erbij stond en deze vond dat natuurlijk heel grappig. Ik ben toen razend kwaad geworden en een andere politieman heeft me toen wel voortgeholpen. Met eerlijk en braaf te zijn kom je dus nergens.

Mijn gehandicapte zoon voelde de spanning in huis en kreeg tien epilepsieaanvallen op één dag. Het was hij die mij de bevelen gaf in plaats van omgekeerd. De hele situatie was onmogelijk en hij moest gewoon mijn huis uit. Door zijn gedrag waren wij in ons binnenste stilletjes aan aan het sterven van verdriet.

Vierentwintig uur op vierentwintig moest ik op mijn hoede zijn. Hij had me al bestolen en was zeer agressief. 's Nachts deed ik geen oog dicht. Hij vertrok een keer via het raam naar slechte vrienden. Deze vrienden waren voor hem alles. Hij bestal me en gaf het geld aan hen. Hij was trots op zijn gedrag en vertelde aan iedereen dat hij mij mishandelde.

Op 20 augustus 1998, de dag van mijn verjaardag, ging ik naar de bank en ik merkte dat zijn bankkaart gestolen is. Ik wist direct dat hij het gestolen had. stal hij mijn bankkaart en gooide binnen de kortste keren al het geld over de balk. Toen ik thuiskwam, vroeg ik naar mijn bankkaart en hij bleef maar ontkennen dat hij die had. Toen dreigde ik de politie te bellen als hij de kaart niet zou teruggeven. Toen zei hij tegen mij: "ik ga naar het stad en als ik terug ben, krijg je je bankkaart terug". Hij vertrok zonder toestemming. Ik vond dat dit erover was, dus belde ik direct de politie. Ik heb klacht ingediend en ze hadden hem opgepakt op de kermis. Ik heb toen tegen de politie gezegd dat ik mijn zoon niet meer thuis wou hebben.
Toen hij op het politiebureel was, vroeg hij om met mij te praten. Ik weigerde en vertelde hem dat het nu te laat was. Hij heeft nooit naar mij willen luisteren, dus hoefde ik dat niet meer te pikken. Dit is heel pijnlijk voor een moeder, alsof een deel van jezelf kapot scheurt.

Dan werd hij in een instelling geplaatst door de kinderrechter. Die lag in de stad waar ik woonde nl. in Lommel. Het is mijn overtuiging dat het niet goed is een kind te plaatsen in dezelfde gemeente of stad waar zijn familie woont.
Toen ik vernam dat hij in dat tehuis terecht zou komen heb ik gezegd dat ik daarmee niet akkoord was. Ik wist immers dat er een opvoeder was die drugs gaf aan mijn zoon. Hun alibi was dat ze de gehandicapte broer van mijn zoon gingen bezoeken in zijn instelling. Maar eigenlijk gingen ze drugs kopen. Ik heb dit aan de jeugdrechter verteld, maar hij heeft me nooit geloofd. Zelfs de vader van mijn zoon en zijn vriendin nodigde de opvoeder uit om bij hen te komen eten, terwijl ze wisten dat de opvoeder drugs gaf aan hem. Hij heeft hiertegen nooit klacht ingediend. Dus dat wil zeggen dat hij zich niets aantrok van zijn zoon. Hij heeft dit gedaan om aan iedereen te laten zien dat hij een goed man is en dat ik de slechte ben.

Het is daarom dat het meer dan twee jaar geduurd heeft om die 'opvoeder' te ontmaskeren. De directie heeft nooit iets voor me gedaan. Ze zijn allemaal schuldig... Nooit heb ik van iemand een 'dankjewel' gekregen. De instelling werd gesloten. Heel veel mensen hebben mij gebeld om me hiermee te feliciteren.

Ik heb klacht neergelegd, maar ik kon niet naar het gerecht gaan om een schade-eis in te dienen, want ik kon geen advocaat betalen. De opvoeder werd veroordeeld. Citaat: "de Heer J. werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden en een geldboete van 200 000 Bef doch de hoofdgevangenisstraf wordt uitgesteld gedurende een termijn van 3 jaar en de geldboete voor een gedeelte van 160 000 Bef, mits naleving van volgende approbatievoorwaarden: behandelen van drugsproblemen en onder geen enkel beding contacten hebben met minderjarigen, geen bezoeken in instellingen waar minderjarigen verblijven."
De man was 56 jaar, getrouwd en vader van vier kinderen. De instelling was het "Jongenstehuis Pieter Simenon".

Voor mijn zoon was ik natuurlijk de 'kwaai'. De drugs die men hem had gegeven en waardoor hij helemaal op het slechte pad terechtkwam... voor hem was het allemaal in orde. En hij vond mij een slechte moeder.

Dan verbleef hij weer enkele weken thuis. Ik kon echter niet meer tegen al die leugens over zijn drugs en hij was heel aggressief. Zijn vader heeft hem nooit gevraagd om bij hem te komen wonen. De moeder moet altijd de ellende ondergaan.

Kwam daar nog bij dat hij een relatie had met een vrouw, moeder van een kind, en nog erger verslaafd dan hijzelf. Tot overmaat van ramp ging hij vechtersbazen optrommelen om me af te ranselen. Ik was geen minuut meer gerust in mijn eigen huis.
Hierover heb ik ook klacht ingediend, maar het gerecht heeft mijn klachten altijd geseponeerd.

Op zijn vraag werd hij weer geplaatst in een pleeggezin. Voor al wat mijn zoon vroeg, ging de wereld stilstaan. Maar niets veranderde voor hem. Dit pleeggezin liet hem maar doen. Voor hen telde enkel het geld. Dat gezin waar hij verbleef was echter geen haar beter dan hemzelf. Hij bleeft samen met dat meisje, wat ik niet leuk vond. Ik heb klacht neergelegd omdat haar kind werd opgevoed door junkies. Het gerecht heeft hier nooit iets tegen gedaan en dit kind is in gevaar.

Het ging van kwaad naar erger in het pleeggezin. Hij vertrok er zonder toestemming van de jeugdrechter. Hij ging dan bij zijn vriendin wonen en wat later begon hij me te chanteren. Hij wilde terug bij mij komen wonen en ook dat zijn thuisadres terug bij mij was. Of hij zou zelfmoord plegen. Ik liet hem maar doen totdat op een dag een meisje me kwam vertellen dat mijn zoon vertrokken was om zelfmoord te plegen. Iedereen was hem aan het zoeken. Ik heb ook de politie gewaarschuwd. Zij hebben met hem gesproken en probeerden hem te overtuigen de relatie met zijn vriendin af te breken.

Nadat hij twee dagen bij mij verbleeft, ging hij zijn kamer herinrichten. Hij deed me geld uitgeven om een salon voor zijn kamer te kopen. Hij ging me terugbetalen, maar ik heb dit geld nooit gehad. Na deze twee dagen is hij terug naar zijn vriendin vertrokken die veel ouder was dan hem. Hiertegen zou de kinderrechter klacht moeten indienen omdat mijn zoon 15 jaar en 6 maanden oud was en zij reeds 23 jaar. Maar ook hier heeft men niets tegen gedaan.

Toen hij zeventien was, plaatste de rechter hem in het Rijksopvoedingsgesticht van Mol. Dit meisje begon me te bedreigen. Het gerecht heeft hiertegen nooit iets gedaan, zelfs al hebben ze zoveel PV's opgesteld. Na enkele weken is hij uit deze instelling weggevlucht. Dit heeft men nooit aan mij gemeld. Hij was terug ingetrokken bij zijn vriendin en hij wandelde doodleuk rond in Lommel. De politie heeft hier niets tegen gedaan omdat hij toch 18 zou worden in enkele maanden tijd. Dat is wat rechtvaardigheid hier is.

Ik werd steeds bedreigd door zijn vriendin en zijn andere drugsverslaafde vrienden. Hij vertelde leugens over me en iedereen geloofde hem. Van zijn vader mag hij bij hem komen wonen. Hij deed dit enkel om wraak te nemen op mij en hij vertelde leugens over mij en mijn andere zoon. Hij zei 'mama' tegen een vrouw die hij niet eens kende. Hij koos zelf een familie.

Eens achttien, werd hij geacht een volwassen man te zijn en was hij een vrij persoon. Seks en drugs maakten dan vooral deel uit van zijn leven.

Op 26 oktober 2005 werd hij veroordeeld tot twee jaar celstraf waarvan vier maanden in een gesloten gevangenis. Daarbovenop kreeg hij nog een boete van € 12 000. De reden: het dealen van drugs...
Sindsdien heb ik met mijn zoon geen contact meer.

Ik eindig deze getuigenis met een laatste verhaal. Toen ik in coma lag tussen leven en dood, heeft mijn zoon nooit achter mij gevraagd of de moeite genomen mij te komen bezoeken. Dat heeft in mijn moederhart iets gebroken. Toen maanden later mijn familie vertelde dat hij nooit achter mijn toestand gevraagd heeft, heb ik tegen mezelf gezegd: dit is niet langer mijn zoon. Zeven keer heb ik me laten ompraten om hem terug in huis te halen. Vanaf toen heb ik gezegd: nooit meer!

Zeg me niet dat ik nog van mijn zoon houd, want ik weet het niet... Andere ouders die hetzelfde meemaakten, vertellen me hetzelfde.

Er is geen gebruiksaanwijzing om kinderen op te voeden. Alle ouders en vooral moeders willen voor hun kinderen alleen maar het beste.
Respect, beleefdheid, dankbaarheid en andere belangrijke levenswaarden zijn vandaag de dag niet meer aan de orde bij de jeugd. En dat legt een ernstige schaduw op hun toekomst.

Men spreekt veel over mishandeling, maar nooit over oudermishandeling. Dit is nog een groot taboe. Oudermishandeling bestaat nog maar sinds een paar jaar en wordt erger en erger. Ouders hebben geen autoriteit meer over hun kinderen en sinds de zaak Dutroux zijn er zoveel wetten bijgekomen voor de bescherming van het kind dat de ouders niets meer te zeggen hebben.

Niemand gelooft deze mensen die mishandeld worden door hun kinderen. Ze schamen zich, gaan denken dat het hun eigen schuld is en vragen zich af waar alles is misgelopen. Ze hebben schrik om erover te praten en die ene keer dat ze om hulp vragen, gelooft men hen niet en worden ze vernederd.

Er niets tegen doen, lost niets op. Praat erover. Ga naar de politie. Laat van je horen. Geef de oudermishandeling aan. Laat PV's opstellen. Door erover te praten, zullen er misschien enkele wetten aangepast worden.

- top -